Driekoningen in Zottegem, Carnaval overal en de Gilles van Binche

0
303


– Alles begint op 28 december! –

“Draaikeuningenoavond den bakker sloeg zè wijf, mé n’n dikke klibber zu dsjeirlèk op heur lijf ”, zingen ze in Atembeke!
Ze zingen dit vooral op de avond en tijdens de nacht van 5 naar 6 januari.

 

Alweer meer dan elf jaar geleden, op 29 december 2007, stonden de deuren van het klooster van de Arme Klaren in Geraardsbergen open. We hadden in september 2007, op Open Monumentendag, het leegstaande klooster van de Arme klaren opgesteld om het leven van deze slotzusters, dat achter de muren plaatsvond, aan het publiek te tonen en toe te lichten. Omdat we toen niet iedereen hadden kunnen rondleiden, om 19u stonden er nog een 300 mensen aan te poort te wachten, deden we het op 29 december over. Het was de dag waarop ’s avonds de Magische Nachten van Geraardsbergen aanvatten.

Geert Van Bockstaele en ik hadden ons als gidsen voorgenomen om enkele typische anekdotes te vertellen, zoals: dat er op 28 december, of op de dag van Onschuldige (of Onnozele) Kinderen de rollen in het klooster werden omgeruild. De non van de laagste rang, meestal ook de jongste, nam de taak van Moederoverste over. De zusters mochten zich op deze dag verkleden en er werd de hele dag plezier gemaakt. Er werd ook rijkelijker gegeten dan naar gewoonte: chocolade, krentenbrood en cacaomelk stonden op deze feestdag al bij het ontbijt op tafel.

In werkelijkheid hielden de nonnetjes hiermee een eeuwenlange traditie in stand want al in het middeleeuwse Europa was het de gewoonte om op deze dag ‘kerkelijke zottenfeesten’ te houden. Dit kon ook op de dagen van ‘Driekoningen’ of op ‘Vette Dinsdag’, de vooravond van de Vasten (of Vastelavond), gebeuren. Tijdens deze zottenfeesten namen koorknapen en lagere geestelijken in de kathedralen en kapittelkerken de autoriteit van de bisschop en de kanunniken over en maakten er hun eigen versie van, al dan niet in combinatie met een ludieke optocht door de stad. Ze verbranden schoenzolen als wierook en aten vette worsten aan het altaar.

Zo een zottenfeest gaat terug op het verhaal, uit het nieuwe testament, van koning Herodes die vermoedde dat het pasgeboren kind, waarover de wijzen hem vertelden, een gevaarlijke concurrent voor de troon was. Daarom beval hij alle jongens onder de twee jaar in Bethlehem te doden. Sinds de 5de eeuw hebben de christenen dan de omgebrachte jongetjes van Bethlehem als de eerste martelaren beschouwd: zij werden immers gedood omwille van Christus.

De naam ‘Onnozele Kinderen’ ‘Le Jour des Saints Innocents’, wekt soms bevreemding: ‘Onnozel’ komt van onnosel, de Middelnederlandse vertaling van het Latijnse woord innocens (innocent in het Frans en het Engels), dat ‘onschuldig’ en ‘onschadelijk’ betekent. ‘Onnozel’ betekende al vrij snel ook ‘onwetend’, ‘naïef’, ‘dom’ en ‘dwaas’. Zo kwam het dat het kerkelijk feest van Onnozele Kinderen in de Middeleeuwen samenviel met het volkse Dwazenfeest, dat zijn wortels had in de heidense midwinterrituelen en het Romeinse ‘festum puerorum’, een feest dat in de 9de eeuw door de kerk werd verboden. Het had het karakter van een narrenfeest, waarin oosterse, Romeinse en Keltische elementen te herkennen waren. Het kerkelijk verbod werd in vele landen aan de laars gelapt, totdat vanaf de 13de eeuw het Sinterklaasfeest de overhand kreeg en het festum puerorum werd gekerstend. Het kindgerichte St-Nicolaasfeest  heeft het folkloristische Onnozele Kinderen uiteindelijk verdrongen.

Maar we mogen zeker niet vergeten dat het vieren van carnaval ook daar zijn oorsprong vindt, want Vastenavond (vroeger Vastelavond) lijkt in kloosters en kerken ooit serieus gevierd te zijn. Dat gebeurde meestal onder het goedkeurende oog van de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten. Mystici hadden het zelfs over het hemelse carnaval der zielen als de toestand van opperste zaligheid bij God. Carnaval is een uitbundig feest aan de vooravond van de christelijke veertigdaagse vastenperiode voorafgaand aan Pasen. In de Nederlandse taal, in tegenstelling tot andere talen waarin het woord al sinds de middeleeuwen gebruikelijk was, duikt de term carnaval pas in het midden van de 17de eeuw op. Vandaag is het echter een gebruikelijke term.

 

Tijdens het weekend van 6 december vieren we, dit jaar, het Drie Koningenfeest! Enige jaren geleden trokken we op deze feestdag Wallonië in, om het aardige Henegouwse stadje Binche te bezoeken. Ik ken Binche tamelijk goed, het is een eeuwenoude stad waarvan de stadsomwallingen (les remparts) bewaard gebleven zijn en prachtig gerestaureerd. Hierdoor wordt Binche het Carcasonne van het noorden geheten.

Binche, gelegen in het centrum van Henegouwen, is ook al eeuwenlang gehecht aan de eeuwenoude traditie van carnavalvieren. Dit volksfeest, dat het meest originele carnaval van België is, viert op symbolische wijze de terugkeer van de lente.

 

Wanneer we in Binche aankwamen werden we geconfronteerd met tal van verbodstekens om te parkeren, er zou in de namiddag een repetitie van het carnaval, met de Gilles en de muziekcorpsen plaatshebben (des soumonces en musique).

Hierdoor werd ons bezoek aan Binche heel speciaal, temeer doordat ook de musea gratis te bezoeken waren. Algauw kwamen we te weten dat de Gilles vandaag hun traditionele kledij niet zouden dragen, deze dragen ze juist op Mardi Gras!

Op Dimanche Gras, of op de zondag voor de Vasten, kleden de Gilles zich volgens een bepaald thema. Het is te zeggen: in elke wijk van de stad wonen Gilles en bestaat er een muziekcorps. Iedere wijk kiest een thema, wat strik geheim blijft in deze gemeenschap. Toen wij daar waren, vertelden ze ons dat ze nu buiten kwamen, om te repeteren en nog gekleed waren de thema’s van het vorige jaar: onder andere ‘Masterchef’, naar het gekende tv-progrmma. Ook de jeugdbende van uit ‘A Clockwork Orange’ van filmmaker Stanley Kubrick en de gelijknamige roman uit 1962.  van Anthony Burgess was een van de vele thema’s. Deze kledij wordt dan gedragen op Dimanche Gras en het jaar nadien tijdens een van de zondagen van de repetities (les soumonces). Daarvan waren wij getuige en we kozen voor de wijk aan het station. Om 14 uur kwamen de verkleden en de muziekcorpsen in hun lokaal (een café ) samen. Er wordt gegroet en gekust en wanneer het muziekcorps en de groepen volledig zijn wordt er in het café al een lied gespeeld, daarna verzamelt iedereen buiten en vertrekken ze naar de Markt, of ‘La Grande Place’ waar ook de groepen uit de andere wijken samenkomen.

De Gilles

Zijn in Binche de centrale personages van de carnavalviering; ze belichamen de ziel van het volk van de stad en dit al sinds de veertiende eeuw. Het is voor de bevolking een enige gelegenheid om de – echte Gilles -, die befaamd zijn om hun kostuums en het werpen van appelsienen, te zien defileren. Er bestaan talrijke legendes rond het ontstaan van de Gilles van Binche. De bekendste verwijst naar een feest dat tijdens de eerste helft van de zestiende eeuw gegeven werd door Maria van Hongarije ter ere van haar broer Karel de 5de en haar zoon Filips de 2de van Spanje. Verkleed als Inca’s zouden hovelingen een optocht hebben gehouden om de recente veroveringen van de Spaanse conquistadores te vieren. Verrukt door de mooie kostuums, zou de bevolking van Binche zich sindsdien voorgenomen hebben, om deze gebeurtenis elk jaar in dezelfde kledij te herdenken. Geschiedkundigen dateren de oorsprong van het carnaval van Binche rond 1395, onder de naam Quaresmiaux. Het feest ging terug op heidense rites die later met een christelijk sausje zouden zijn overgoten. Het Carnaval van Binche duurt drie dagen maar, zoals de traditie het wil is Vette dinsdag het enige moment waarop de Gilles in hun traditioneel kostuum op straat komen en met sinaasappelen gooien. De hoed is een van de belangrijkste onderdelen van het kostuum en bestaat tegenwoordig uit struisvogelveren. De Gilles dragen tijdens de ‘Cortège van Mardi Gras’ of de Vette dinsdagstoet, in de voormiddag ook een met was bedekt stoffen masker, een bril, een snor en een sik zoals Napoleon III er een had. Nog belangrijke onderdelen van hun uitrusting is de ‘apertintaille’. Dit is een gordel waaraan zes tot negen bronzen bellen hangen. Er wordt ook een bel op de borst gehangen, deze wordt aan de das bevestigd. De bellen hebben verschillende gewichten, de klank van de bel hangt af van haar grootte. Het hemd en de broek zijn gemaakt van jute waarop leeuwenmotieven en zwarte, rode en gele banden zijn genaaid. Klompen, witte pantoffels (sokken) die in hun klompen gedragen worden, en een busseltje hout dat na de middag geruild wordt voor een mand met sinaasappelen, vervolledigen de kleding van de Gilles. Ook het masker wordt op de middag afgedaan en de hoed met struisvogelveren wordt dan pas op het hoofd geplaatst. Door met hun klompen op de grond te stampen terwijl ze dansen, verjagen de Gilles de winter en verwelkomen de lente. Ook het busseltje hout, dat een bezem zou symboliseren, wordt gebruikt om de winter mee te verjagen.

Op Mardi Gras komen de Gilles in hun lokaal om 4u 30 in de morgen samen. Er wordt champagne gedronken en er worden oesters gegeten. Daarna, om 6 uur, vertrekken ze stampvoeten door de straten. In Binche zijn alle kasseien, waar de stoet voorbijkomt, geklasseerd. Dit opdat de klank, die ze bij het klompstampen produceren, wat een speciale klank is, zo behouden blijft. ( Op asfalt of beton krijgen ze dat speciale geluid niet! ) Indien er één van de Gilles onderweg een lichamelijke behoefte wil doen, wordt hij vergezeld van een trommelaar. Ieder huis staat open en ontvangt een Gilles die in nood zit. De trommelaar blijft dan bij de voordeur trommelen en voegt de Gilles terug bij de groep. Aan de Gilles worden onderweg drank aangeboden, hoewel een Gilles niet zat mag worden. Indien het toch gebeurd wordt hij afgevoerd en tenminste voor 6 jaar geschorst. De normen om Gilles te worden zijn ook heel streng! Een Carnaval kost aan een Gilles 1500 tot 2000 euro, en een kostuum wordt elk jaar gehuurd. De Gilles van Binche verlaten nooit hun stad behalve in 1958, dan zijn ze voor 1 dag naar de wereldtentoonstelling – Expo ’58 – getrokken, om hen voor te stellen aan de wereld.

Op 7 november 2003 heeft de Directeur-generaal van de Unesco, dat staat voor: United Nations Educational, Scientifical and Cultural Organition, de lijst bekend gemaakt van 28 nieuwe Meesterwerken van het Mondeling en Immaterieel Erfgoed. Een ervan is het Carnaval van Binche.

Karel De Pelsemaeker

PS: Gedurende de drie dagen die de vasten voorafgaan, wordt Binche de meest kosmopolitische stad ter wereld. In deze periode verblijven er mensen van overal ter wereld in dit prachtige Henegouws stadje. Op internet kan je de trienuren naar Binche, tijdens het weekend van carnaval, raadplegen.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here