O Dennenboom, o Dennenboom, o Sparrenboom

0
152


E-column uit Goederdinge

O Dennenboom, o Dennenboom, o Sparrenboom

 

“ O denneboom, o denneboom, wat zijn uw takken wonderschoon, ” zongen we in onze jeugd rond de kerstboom. We schreven toen ook nog denneboom in plaats van dennenboom, maar ondertussen weten we dat de kerstboom die we in huis halen geen den maar een spar is.

Het verschil tussen een ‘Den’ en een ‘Spar’ is, behalve dat beiden naaldbomen zijn, merkelijk groot. De naalden van een spar zijn groene naalden die alleenstaand aan de twijgen zitten. Bij de kerstboom, die officieel ‘Fijnspar’ heet, worden die naalden tussen de één en twee centimeter lang. Een dennenboom daarentegen heeft grijsgroene naalden en deze zitten met twee of meer bij elkaar in een bundeltje aan de twijgen.

Bij de (S)par staan de naalden alleen (of solo S = Spar) en bij de (D)en staan de naalden bij elkaar, met twee of meerdere, twee (of duo = Den). Een spar heeft ook platte, driehoekige of vierhoekige naalden, bij dennen zijn de naalden altijd rond.

Zowel sparren als dennen krijgen na de bloei opvallende kegels. Deze kegels hebben allemaal harde schubben waartussen hun zaden zitten. Deze vruchten, of zaadkegels, kennen wij het best als dennenappels. Bij de fijnspar, of de kerstboom en andere sparrensoorten, zijn de kegels (er bestaan geen sparrenappels) langwerpig en 10 tot 15 centimeter lang. Bij de ‘Grove den’ worden de dennenappels rond en 5 centimeter lang, bij andere dennensoorten zelfs een paar centimeter groter. In bijna heel ons land, zijn er plaatselijk ook dennen aangeplant waarvan de dennenappels wel 20cm groot kunnen worden! Deze dennensoort heet de ‘Zeeden’, we lezen dit als ‘Zee den’, of in het Latijn ‘Pinus pinaster’.

Dat kerstbomen behalve fraai versierd ook bezongen worden heb ik al aangehaald met het bekende liedje ‘ O, denneboom, o denneboom’. Dat lied heeft onbedoeld een bijdrage geleverd aan de spraakverwarring die er al sinds heugenis bestaat.

Rond 1875 werden dennen, vooral grove dennen, massaal aangeplant in onze Kempen en in Nederland, deze dennenakkers leverden hout voor de steenkoolmijnen. De leveringen van mijnhout aan België was massaal en winstgevend. In de Nederlandse provincie Drenthe, werden dan ook duizenden vierkante kilometers stuifzand en heide met grove dennen beplant. Tot in de 20ste eeuw werden er in Nederland enige honderden hectaren gerealiseerd.

Voordien, in het begin van de 19de eeuw werden deze bomen heel waarschijnlijk al veel gezaaid. Het zaad werd afgehaald uit het buitenland, onder meer uit Duitsland en de Baltische Staten. Later was er ook zaad in Nederland te koop. Dat kwam uit de omgeving van Breda en Bergen op Zoom en ook uit België. Hier in België werden in de 16e eeuw de eerste grove dennen, of ‘Pinus sylvestris in het Latijn’, al gezaaid. De grove den heeft immers veel tijd nodig om kiemkrachtig zaad te geven. De bodem waarop hij gedijt, moet oud worden, dat wil zeggen: rijk worden aan humus. Er is door ervaring gebleken dat deze bomen zich dan in een bos beter uitzaaien.

De ‘Pinus sylvestris’ zijn natuurlijk verspreidingsgebied ligt zowel in Midden-Europa als in Noord- en Oost-Europa tot in Noord-Rusland en Azië. De grove den is een boom die zich weet aan te passen aan de plaatselijke omstandigheden. Hierdoor hebben er zich verschillende typen ontwikkeld. Het is een sterke boom, zeker als hij zich in de vrije natuur onbezorgd mag ontplooien. Verbeterende maatregels voor de bodem, door bemesting, bevallen hem in geen geval. Van teveel aan luxe wordt hij gewoon ziek. Zijn vatbaarheid voor wortelrot, die veroorzaakt wordt de wortelzwam, ‘Fomes annosus’, neemt dan toe.

De grove den is eeuwenlang als houtproducent van ‘grenenhout’ beschouwd en gewaardeerd geworden, vooral in de koolmijnen om de mijngangen te stutten. Wanneer er instortingen op komst waren hoorde men de grenen stutpalen kraken alvorens de gang, of een ander gedeelte van de mijn, ging instorten.

Sinds de laatste vijftig jaar, schat men ook de grote recreatieve waarde van deze boom hoog. In duinen, op stuifzanden en op hogere gelegen dekzandgebieden tekent hij met veel succes mee aan het landschap. Hij is verdraagzaam tegenover andere boomrassen en vormen van ondergroei. Dennenbossen zijn hierdoor een ideaal voor alle bosdieren. De den is een pionier op de hei en op stuifzand. Wie hem daar onder een goed beleid zijn gang laat gaan, wordt beloond met een kunstwerk voor het leven.

Uit zo een zaadje, van de grove den, dat meevliegt met de wind en op de gepaste plaats neerstrijkt, ontwikkeld zich een boom, ene die een sprookje tot waarheid maakt:                  O Dennenboom o Dennenboom! Maar er kan ook een heel bos van vliegdennen ontstaan. Door zijn aardige vorm, die anderen dan weer als een rare vorm gaan beschouwen, heeft de dennenboom de mens zijn verbeelding in werking gebracht. Hoe dennen aan die wonderlijke vormen komen? Wel, er zijn verschillende oorzaken. Door een insectenplaag, door vogels die op de jonge takken van de zaailingen gaan neerstrijken en waarvan de kopjes knakken, door invloeden van het weer, met storm voorop. Zo een wild ontwikkelend bos is een avontuur. Niet een dennenboom die op een andere lijkt: liggend, gehurkt, rechtstaande, scheefgroeiend, met een excentrieke kruin of rechtopstaand met centrische kruin. Een wild dennenbos wekt steeds verbeeldingen op.

Vogels die in onze contreien meehelpen aan het verspreiden van dennenzaad zijn de kraaiachtigen waaronder ‘de gaaien’ ook wel Vlaamse gaaien, of ook schreeuweksters of hannebroeken genoemd, de meest bekende bomenplanters zij: zij doen dit vooral met eikels, maar dikwijls vliegen ze ook met een dennenappel in hun bek rond, eksters trouwens ook. Waar ze dan de zaden uit de appel pikken, vallen er ook op de grond met de kans dat ze daar uitschieten.

 

Wie zich ooit een artificiële kerstboom heeft aangeschaft, bezit meestal een artificiële dennenboom. Wie zich ooit een kerstboom met een flink wortelstel kocht en deze na de feestdagen in zijn tuin plantte en liet groeien, heeft nu een mooie spar in zijn tuin staan. Ga beiden maar eens determineren. Een Spar zijn naalden zitten Solo aan de twijgen, een Den zijn ronde naalden zitten in Duo of met meer aan de twijgen.

Ik wens u, beste lezer van ‘De Beiaard online’, veel innigheid bij de kerstboom. Ik wens u ook, en met klem, veel voorspoed in het, met snelle voetstappen naderend, nieuwe jaar 2019!

Karel De Pelsemaeker

PS: In Nederbrakel, op de gemeente haar hoogst gelegen punt van deze gemeente: ‘Aan de Toepkapel’ ligt er een mooi bosje. Wie daar eens zou gaan wandelen kan er kennis maken met een redelijk aantal naaldbomen, zowel sparren als dennen. Het is een aanrader die ik u, beste lezer van De Beiaard graag meedeel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here