Tering naar nering zetten

0
403


E-column uit Foeferdinge: “Aa zie bleejk a eet verzekers de teiringe!”

Wij, van de Buizemont en Schillebeek en misschien wel heel de gemeente Overboelare, spraken in onze jeugd over mensen die ziek waren ‘van de teiringe’. We hadden het dan over mensen die in het sanatorium, op de Buizemont, verbleven. Of over de ziekte tuberculoze, ook tbc en ‘tering’ geheten.

Tbc-patiënten konden ook thuis verpleegd worden. In hun tuin werd dan een tbc-huisje geplaatst, met de opening naar de zon – en indien nodig kon het uit de wind worden gedraaid – zodat ze overdag toch in de frisse buitenlucht konden vertoeven.

Rond de eeuwwisseling van de negentiende naar twintigste eeuw stierven er in Europa duizenden mensen aan tuberculose. Relatief gezien stierven er toen ongeveer driemaal meer mensen aan tbc dan dat er nu sterven aan longkanker. – Het eerste sanatorium voor tbc-patiënten werd in 1855 geopend in Görbersdorf in Duitsland. –

Tbc, ook wel de “witte pest” genaamd, was een gevaarlijke ziekte. De behandeling bestond uit rust en kuren in centra (sanatoria) met – gezonde lucht -, zoals de lucht op de Buizemont in de jaren 1950 was.

Er waren in die tijd ook veel sanatoria in het hooggebergte, in Zwitserland bijvoorbeeld. De Buizemont daarentegen ligt op de heuvel van de Oudenberg en als ik op mijn stafkaart kijk kan ik aflezen dat de Buizemont 70 meter boven zeeniveau ligt. Dus niet in het hooggebergte maar op een heuvel; meer bepaald op een getuigenheuvel die De Oudenberg heet.

De getuigenheuvel ‘De Oudenberg’ is ongeveer 5km lang en even breed. Deze heuvel werd in de tertiaire tijden door afzettingen van de toenmalige Diestiaanzee, die over het huidige Vlaanderen spoelde, gevormd. Vanuit het westen naar het oosten toe, loopt de Oudenberg bijna evenwijdig met de Dender. Hij begint in Deux-Acren aan de oostkant van de Dender, daar op 18m boven zeeniveau, 700m verder in Overboelare aan de Hoge Buizemont is de Oudenberg 70m hoog. Als we de Buizemont in oostelijke richting blijven volgen, bereiken we de Oudenbergkapel, die boven de Muur op de top van de Oudenberg ligt. Voor ons is deze oude getuigenheuvel (berg) deze keer niet interessant aan zijn hoogste punt, maar op de plaats waar hij 70m hoog is, aan de Buizemont in Overboelare.

Daar ligt sinds 1953 een sanatorium dat “Denderoord” heet. Sanatoria waren in de 20e eeuw heel belangrijk. Het waren ziekenhuizen waar gespecialiseerde dokters en ziekenhuispersoneel, dag in dag uit, bezig waren met tuberculose en stoflong (de gevreesde mijnwerkersziekte) en ook nog andere ziekten aan de luchtwegen trachten te genezen door mensen kuren te laten ondergaan waarbij zuivere lucht en licht belangrijke elementen zijn.

De hele geschiedenis van het sanatorium op de Buizemont in Overboelare, is een verhaal van “Samenwerkende Maatschappij tussen gemeentelijk Hospitaal van Geraardsbergen en het Denderoord”.

De statuten ervan werden voorafgegaan door de Wet van 1 maart 1922 over de vereniging van gemeenten tot nut van het algemeen.

Het art-decostijl gebouw, dat ontworpen werd door de Gentse architect Maurice Aubert, was in opbouw voor WO II maar werd pas in 1953 in gebruik genomen. In 1956 kwam het onder toezicht van de Zusters van de H. Franciscus uit Opbrakel.

Na een gesprek, dat ik in juni 2012 had, met (ex-zuster) Maria van Damme, kwam ik te weten welke ‘Zusters Franciscanessen van Opbrakel’ er in het sanatorium hebben verbleven. – Mevrouw Maria Van Damme was door omstandigheden uit de kloostergemeenschap getreden, daarom sprak ik haar aan als mevrouw. – We hadden het ook over het dialectwoord dat wij op de Buizemont voor tbc gebruikten: ‘de teiringe’. “Iedereen op de Buizemont had toch wel schrik om met mensen die ‘de teiringe’ hadden in contact te komen’, vertelde ik haar. ‘Ik weet dit maar al te goed’, antwoordde ze.

Verder vertelde ze me ook nog: ‘De patiënten die bij ons verbleven mochten, bijvoorbeeld, niet op café gaan of een beenhouwerij binnenstappen. In het bos aan de voet van het sanatorium was er ook een afgezet terrein waar onze patiënten konden wandelen, er waren ook banken voorzien, zodat ze op tijd konden rusten. Maar bij niemand van het personeel van het sanatorium is de ziekte ooit overgezet geworden.’

Ze vertelde me verder dat ze, onder het ziekenhuispersoneel, het woord ‘teiringe of tering’ niet graag hoorden als synoniem voor tbc. Onze hoofddokter, Emile Van Der Schueren, vertelde aan de mensen dat tering een woord is dat alleen in het Nederlandse gezegde ‘Teiring noar de neiringe zetten’ als het juiste woord voorkomt.

Ikzelf ben nadien ook gaan zoeken vanwaar – tering naar de nering zetten – komt: ‘Wie de tering naar de nering zet, past zijn uitgaven aan zijn inkomsten aan!’ Meestal wordt er iets mee bedoeld zoals: ‘We moeten even de broekriem aanhalen.’ Dit gezegde wordt gebruikt in situaties waar er om wat voor reden ook, tijdelijk dan, minder geld in kas is. Bijvoorbeeld: ‘Dit jaar geen vakantie in het buitenland; we moeten even de tering naar de nering zetten.’ Spitsvondige Vlamingen hebben hierop een mooie variant met veel woordenspeling: ‘Stelt de tering naar de nering of uw nering krijgt de tering! ‘

In de tering naar de nering zetten wordt dus ‘met tering’ niet verwezen naar een ziekte. Het is afgeleid van het verouderde werkwoord teren, dat de betekenis had van, ‘in zijn levensonderhoud voorzien, met de bijgedachte van het verbruiken van voedsel, of van het geld waarmee dat voedsel moest gekocht worden’. We spreken ook van: ‘Op iemands zak teren’ of ‘Op iemand anders kosten leven’. Nering is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands afgeleid van het verouderde werkwoord neren dat ‘voeden of onderhouden’ betekent, In het Duits is voeding trouwens ‘Nahrung’. Nering heeft ook de betekenis van: middel van bestaan. Het vermogen waarmee iemand in zijn onderhoud voorziet.

– Overigens is tering als aanduiding voor de ziekte tuberculose eveneens afgeleid van het werkwoord teren. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat teren in de betekenis ‘wegteren’ werd gebruikt in een terende ziekte, een ziekte die het lichaam langzaam sloopt’; met de terende ziekte werd meestal tuberculose bedoeld. –

Karel De Pelsemaeker

Deze gegevens dateren van juli 2012. Ik kreeg dan, van de toenmalige directeur van het Denderoord, meneer Leo De Dapper, enige foto’s welke ik vervolgens aan Jan Coppens, ambtenaar voor Erfgoed in Geraardsbergen, bezorgde met de vraag om ze digitaal in de databank te plaatsen. Nadien stuurde hij me deze zwart-wit foto’s toe.Met ‘Open-monumentendag van 2012’ gebruikte ik deze oude foto’s tijdens mijn gidsbeurten in het sanatorium. – Kdp. –

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here