De oude begraafplaats van 9500 Moerbeke

0
436

 

 

Het oude kerkhof van Moerbeek, één van de zestien deelgemeenten van Geraardsbergen, werd in het dialect ‘het Kèèrkevèljeken’ genaamd.

Zoals we allemaal weten is het kerkhof de begraafplaats van een stad of gemeente. Er bestaan ook heel wat synoniemen voor dat woord, ander andere: dodenakker, gewijde grond, godsakker, rustplaats, dodenstad, grafakker en necropolis. Ook in het dialect bestaan er verschillende begrippen voor graf en kerkhof. ‘Woar da ’k er onder sa liggen’, is zo een gezegde voor ‘waar ik in mijn graf zal liggen’. Het karkeputjen is een dialectwoord uit de Overboelare dat staat voor het graf. In Geraardsbergen vertelt men ‘Aske ba Kaloe sa liggen’. ‘Ne Kaloe’ wordt in Geraardsbergen ook gezegd tegen een zware gespierde man: ‘Azu ne Kaloe’. Kaloe was ook de naam die gegeven werd aan een grafmaker uit de jaren 1950 en -60, vandaar de uitdrukking : ‘A ligt ba Kaloe’: hij ligt op het kerkhof. In Zarlardinge spreken ze over: ‘Hij ligt bij Marie’.

Maar de meest mooi klinkende naam voor kerkhof vind ik het Moerbeekse woord ‘ ’t Kèèrkevèljeken’. Wat staat voor ‘kerkveldeken’. Wij woonden tussen 1973 en 1977 in Moerbeke op een wegentje dat naar het kerkhof loopt. En Liza, onze toenmalige oude buurvrouw, vertelde ons, in deze moment van het jaar, eens over het ‘het Kèèrkevèljeken’: ‘Dat is het woord voor het oude kerkhof dat rond de Kerk lag. Vroeger lag ’t kerkhof voor de kerk, waar nu de koster zijne winkel staat en waar dat de Nieuwe baan ligt.’

In Moerbeek aan de oostkant van de kerk

Ondertussen bestaat de Nieuwe Baan ook niet meer, na de gemeentefusies van 1977 is de Nieuwe Baan gaan Pauwelstraat heten en heden ten dage, of momenteel, is de koster zijn winkel een ‘Spar-winkel’. U merkt het beste lezer, niets duurt voor altijd. Tijdsgeesten veranderen opvattingen, gezegden en uitdrukkingen. Zelfs in onze Vlaamse taal, die een soort Nederlands is, veranderen de namen en de woorden; ook de spelling en de grammatica kunnen veranderen want het Nederlands is een levende taal. En…alles wat leeft kan ‘en zal eens’ sterven. Zelfs op het Kèèrkevèljeken ligt de dood zelf tot ‘het niets’ te verkommeren. In Moerbeek noemen de dorpelingen nu het nieuwe kerkhof ‘De Pisjerik’, dit omdat hun dodenakker gelegen is in een heel vochtig gebied.

De begraafplaats

Kruizen in ijzer
Kruizen op graven in steen
Kruizen op graven in marmer
binnen de dodenakker kruizen
verleden en heden elkaar.

Bij de vennootschap
“Ik kom op Tijd ” ligt,
onder de stenen
de marmeren
en de aarden graven
onder het mos en het gras
en de bloemen van de strooiweiden
en in de bakstenen nissen met urnen,
de dood zelf ‘tot het niets’
te vergaan.

Karel De Pelsemaeker, oktober 2018

[email protected]

 

PS: ik gebruikte voor de juiste schrijfwijze van Kaloe en Kèèrkevèljeken , respectievelijk, het dialectwoordenboek van Jan Coppens ‘Den dikken va Giesbaargen’ en het dialectwoordenboek ‘Van Achteerwoeëresse tot Zwiesjke’ van Louis De Cock. – Kdp. –

 

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here