In de herfst zingen roodborstjes melancholisch

0
243

E-column uit Goeferdfinge

Het melancholische vogelgezang, dat nu in onze tuin vanuit het struikgewas weerklinkt, komt van een rondborst! De roodborst is een van die vogels die buiten hun broedperiode zingen. U kunt deze vogel dan ook het hele jaar door horen, zowel overdag als ’s nachts. U hebt het misschien al eens meegemaakt, dat u midden in de nacht een vogel uitbundig hebt horen zingen, in de nabijheid van een straatlicht, in de buurt van uw huis? In de meeste gevallen is het een roodborst, in onze contreien kunnen ook zanglijsters of merels dat al eens doen.

De roodborst is familie van de nachtegaal, ook een vogel die ’s nachts zingt. Velen vinden de zang van de nachtegaal mooier, maar ook roodborsten hebben een prachtige, parelende zang. – Ik vergelijk hun weemoedig herfstgezang graag met de vocale madrigalen in Italiaanse muziekstukken uit de tijd van de Renaissance: een madrigaal is een meerstemmig wereldlijk lied, uit de late renaissance en de vroege barok, het was veruit de belangrijkste en populairste vocale vorm in die periode. De term ‘madrigaal’ komt waarschijnlijk van het Latijnse ‘matricale,’ wat moedertaal betekent. –

‘In mijn vogelgids, die uitgeven is door Tirion, beschrijft Lars Jonsson het gezang van roodborsten als: “geheel het jaar sterk territoriaal. Parelende zang als een zilveren waterval van glasheldere tonen”, met willekeurige tempowisselingen.’

In de vogelwereld zijn het meestal enkel de mannetjes die zingen. Bij roodborstjes zingt ook het wijfje. Als vogels zingen doen ze dit vooral om hun territorium te verdedigen en een partner te lokken. Roodborstjes zingen het hardst, het langst en het intensiefst in de lente als ze uit paringsdrang zingen. Het gezang in de vroege ochtend heeft meestal te maken met de afbakening van hun territorium. Roodborstjes zingen bijna het hele jaar door, behalve als ze in de nazomer ruien, dan worden ze duidelijk minder zanglustig.

In de herfst, of vanaf de eerste week van oktober tot rond Kerstmis, zingen zowel jonge als volwassen vogels van beide geslachten hun ‘herfstzang’ dat zachter en melancholieker klinkt en bedoeld is om het winterterritorium, of hun eetterritorium, aan te geven. Mannetjes beginnen over het algemeen al in februari met hun voorjaarsliedjes. Zodra de keuze op een wijfje gevallen is, lokt het mannetje het wijfje door het voedsel aan te bieden. Hij brengt het vrouwtje smakelijke hapjes waar zij met trillende vleugels om bedelt.

Het wijfje krijgt door het warme lenteweer de drang om een nest te bouwen (een nestdrang); zij is de bouwmeesteres! Het komvormige nest, dat bestaat uit bladeren, gras en plantenwortels en bekleed is met haar, meestal koeien- en paardenhaar, wordt vlak bij de grond in dicht kreupelhout gebouwd. In de buurt van bebouwde omgevingen bouwen roodborstjes hun nesten ook vaak tussen de funderingen van afdaken en in struikgewas. Ze laten zich ook wel eens verleiden door nestkastjes die op een geschikte, en in een goed verborgen, plek ophangen. Er wordt van april tot juli gebroed, maar vaak proberen roodborstjes al in februari te nestelen. Zodra het wijfje haar eieren gelegd heeft, blijft ze 11 tot 14 dagen, tot wanneer alle eitjes uitgebroed zijn, op het nest zitten. Hierbij is alleen nog haar bruine rug, die een prima schutkleur heeft, moeilijk te zien. Gedurende deze broeiperiode wordt zij door het mannetje gevoederd, soms wel 3 keer per uur.

Beide ouders verzorgen om beurt de jongen. Na 14 dagen al vliegen ze uit. Nog voor de winter zoeken ze een eigen territorium. Nadat ze zijn uitvlogen, gaan ze na 6 weken al ruien, dit is hun jeugdrui. Alle veren worden dan vervangen door een pluimenpak van een volwassen vogel. Vogels die vroeg een eerste legsel hebben, kunnen nog een tweede keer broeden. Het gebeurt meermaals dat het wijfje alweer op nieuwe eieren zit, terwijl het mannetje zich nog bekommert om de jonge vogels uit het eerste broedsel die net aan het uitvliegen zijn.

De meeste mensen vermoeden dat ze het hele jaar door in hun tuin hetzelfde roodborstje zien. Maar dit is niet zo: in Zuid-Europa trekt het roodborstje niet weg in de winter, maar de vogels die in de zomer in onze omgeving broeden overwinteren ook in het zuiden. Daarom trekken ze nu, in oktober, meer zuidwaarts. De roodborstjes van de Scandinavische landen komen hier bij ons overwinteren; ze zoeken daarvoor elk jaar hun vertrouwde plaats opnieuw op. Ze zoeken dan op de grond naar insecten, maar zijn ook erg gesteld op allerlei zaden en bessen, ook op de voederplank en vetbollen, om in leven te kunnen blijven tijdens de koude winter. Voor ons lijkt het er dan op dat we het hele jaar door steeds datzelfde roodborstje zien. ‘Kijk ons roodborstje is terug!’ zeggen de mensen dan meestal heel enthousiast. Wat helaas een vergissing is.

Karel De Pelsemaeker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here