De Boerenzwaluw een ervaren wereldreiziger!

0
334


E-column uit Goeferdinge

Oorspronkelijk waren boerenzwaluwen vogels uit steppeland waar ook grote wilde dieren zoals bizons, reeën, herten, wolven en vossen leefden. Leem- en rotswanden waren hun nestplaatsen. Door de uitbreidende cultivering en vervanging van het oorspronkelijke habitat door cultuursteppen, heeft deze zwaluwsoort haar broedgebied uitgebreid.

Door de mechanische landbouw en de inkrimping van het aantal insecten en de geschikte broedplaatsen vertoont de boerenzwaluw, als bewoner van Europese dorpen en landelijke steden, de laatste vijfenzestig jaar een opmerkelijke achteruitgang.

Toch komt deze schone, en tevens curieuze vogel in ons land nog veel voor, hoofdzakelijk in zijn voortplantingsperiode van april tot september. Eens de lente en de zomer voorbij trekken de zwaluwen weer weg, om in het voorjaar terug hun wereldreis te ondernemen.

Als een zwaluwjong het nest verlaat, wordt het gedurende enkele weken van dichtbij door de ouders gevolgd, en van zodra het zelfstandig insecten kan vangen, worden de familiebanden verbroken. Meestal zijn de ouders terwijl al aan een tweede broedsel begonnen. Ook wanneer de jongen van het eerste nest nog naar de broedplaats terugkeren om te overnachten; in sommige gevallen gaan ze zelfs meehelpen bij het voeren van de jongen van het tweede broedsel. Maar het merendeel van de jonge zwaluwen gaat in kleine zelfstandige groepen leven en gaan, als voedsel, insecten zoeken op geschikte plaatsen zoals bij waterkanten of in de omgeving van veeweiden. ’s Nachts trekken ze naar rustplaatsen waar ze vooral rietvelden en nu ook maisvelden voor uitkiezen.

In de tweede helft van augustus gaan deze kleine groepen aangroeien tot grotere zwermen van som honderden vogels, vooral doordat ook de oude vogels en de jonge vogels van het tweede broedsel er zich komen bij aansluiten. Overdag wordt er dan terug op insecten gejaagd in de omgeving van de broedplaats, hoewel sommige vogels zich toch al tot op tientallen kilometers afstand van de plaats van het geboortenest gaan verwijderen. Om dan ’s avonds terug gemeenschappelijk gaan te overnachten.

Gedurende de zomer laten tegenwoordig al heel veel zwaluwen het leven door het drukke verkeer, en door het insecticidengebruik in onze moderne landbouw. Een groot aantal verongelukt ook door tegen het glas van grote vensters en veranda’s te vliegen. Nog andere worden door boomvalken, die gespecialiseerd zijn in het vangen jonge vogels, in de klauwen geslagen.

In de laatste dagen van augustus, maar vooral in september, worden we bezocht door zwaluwen uit andere oorden die reeds begonnen zijn met trekken. Het zijn dan vooral Nederlandse, Duitse, Britse en Deense, soms ook Noord-Franse (vooral uit Frans Vlaanderen). Vanaf dat moment verplaatsen deze bijzondere vogels zich over korte afstanden.

Tot in Noord-Frankrijk zoals, onder andere, het gebied van de Argonne, tussen Verdun en Reims. De meeste blijven evenwel, samen met diegene die op doortrek zijn, hangen op plaatsen waar ze veel voedsel vinden. Daar kan het ’s avonds dan, in de omgeving van de slaapplaats, erg druk zijn. De grootste plaats van overnachting ligt in het zuiden van het Pajottenland in de Zennevallei, daar kunnen bendes van enige duizenden vogels genoteerd worden die er de nacht doorbrengen. Van de Belgische boerenzwaluwen begint de eigenlijke trek in de laatste week van september. Ze verlaten België in zuidwestelijke richting en trekken langs het West-Frankrijk, Spanje, Noord-Afrika, steeds in de nabijheid van de Atlantische Oceaan, om einde oktober aan te komen in hun overwinteringsgebied in Centraal-Afrika onder meer in Kongo, Ghana, Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaat, Soedan, Kameroen, zo een vijf- a zesduizend kilometer van bij ons.

In hun overwinteringsgebied leven boerenzwaluwen meer gegroepeerd dan tijdens hun broedperiode, in de zomer. Er werden al concentraties waargenomen van miljoenen vogels op enkele vierkante kilometer. Begin maart al, verlaten de eerste vogels hun winterverblijfplaats, terwijl is hun pluimkleed geruifd en de jonge vogels zijn geslachtsrijp geworden. De overlevingsdrang die hen naar Afrika dreef, ging over in voortplantingsdrang, die hen terug naar Europa drijft. Deze trek is haastiger en verloopt over een bredere linie, dwars door Afrika. Zodanig worden onze boerenzwaluwen nu in de nabije omgeving van de Middellandse Zee, in Algerije, Tunesië, Malta, Italië, en de Balearen waargenomen. Dit in tegenstelling met de trek van het najaar wanneer de grootste concentraties in de omgeving van de Atlantische Oceaan werden gezien.

Nu trekken onze vogels door Zuidoost Frankrijk en vliegen hun oude territorium tegemoet langs de provincies Henegouwen, Luik, en Namen. Deze trekroute wordt eveneens gevolgd door Nederlandse, Duitse en Poolse, maar vooral ook door Britse zwaluwen. De eerste zwaluwtjes arriveren zo rond einde maart, de meeste in april en mei. Overwegend zijn het mannetjes die het eerst aankomen en de wijfjes, met hun gezang, naar hen lokken. Onderzoek en ringwerk hebben aangetoond dat de boerenzwaluw trouw blijft aan zijn geboortestreek, zodat jonge vogels er de taak verderzetten wanneer een van de oudere vogels tijdens de trek is omgekomen. Naar schatting overleeft ongeveer maar tien procent van de oudere vogels de trek naar Afrika. En toch zullen ze ons volgend jaar terug de lente brengen.

‘Voort, voort, voort altijd voort! Van ’t een naar ’t ander oord. Nu is de zomer weer voorbij en alle vogels trekken blij. Voort, voort, voort!…’: dit zijn enige zinnen uit een liedje dat we vroeger, in het lager onderwijs, in september leerden. Daarbij werd ons ook verteld dat trekvogels een oriëntatiesysteem bezitten om hun trek te bepalen.

Recente onderzoeken hebben aangetoond dat vogels zich oriënteren op bepaalde hemellichamen. Dagtrekvogels maken gebruik van de stand van de zon terwijl nachttrekkers zich voornamelijk richten op de poolster en de sterren in de omgeving van de poolster.

Daarnaast maken vogels ook gebruik van oriëntatie op de grond. Vooral de hoogvliegende vogels zullen hiervan gebruikmaken omdat zij grote stukken land kunnen overzien. Vooral rivieren en kanalen die in noord-zuid richting lopen worden vaak gebruikt. Ook het aardmagnetisme is mogelijk van belang bij de navigatie van trekvogels. Ook vissen zoals tonijn, zalm en forel blijken hun koers mede te bepalen op magneetvelden. Wetenschappers troffen in deze diersoorten stukjes magnetiet aan. Dit zijn ijzerhoudende kristallen, die het krachtveld registreren.

Dag zwaluwen tot in april 2019, wanneer de stalpoorten weer openstaan. Hopelijk zullen jullie met veel komen want, zoals er onder de mensen wordt verteld, maakt één zwaluw maakt de lente niet.

Karel De Pelsemaeker.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here