Waar Vlamingen en Walen reeds jarenlang samenwonen

0
267


E-Column uit Goeferdinge

In Deux-Acren waar de Mark in de Dender vloeit, ligt aan de oostkant van de Dender het gehucht Boureng. In Overboelare aan huize de Cocanne, wordt Boureng de Buizemont, nog verder noordwaarts op grondgebied Geraardsbergen wordt dezelfde weg de Vierwindenstraat en uiteindelijk Oudenberg. In werkelijkheid één weg die van het centrum van Deux-Acren vertrekt en, over de Denderbrug heen, langs de Hoge Buizemont naar de Oudenberg loopt.

Tot in de jaren 1950 van vorige eeuw huwden de meeste mensen nog met iemand uit hun eigen dorp of een naburig dorp. Hoewel de talen verschillend waren gebeurde dit ook hier, Vlamingen huwden met Walinnen en omgekeerd. Ook mijn grootouders waren qua taal een gemengd paar. Opa was een rasechte van Overboelare op de Buizemont, mijn oma was een Waalse uit Deux-Acren. Tijdens hun huwelijk hadden beiden van elkander het Waals en het Vlaams geleerd. Om beurt of per onderwerp werd er voor een van hun talen gekozen.

Alleen als er gekeven werd maakten ze gebruik van hun eigen taal. Ook vloeken deden ze in de taal die ze hiervoor nodig achten, mijn grootvader kon heel goed ‘non de dieu’ en mijn grootmoeder heel goed ‘godverdomme’ zeggen. Mijn moeder en haar twee zussen spraken beide talen maar iedereen kom horen dat ze Vlaams spraken met een Waals accentje. Hun Frans en Waals was echter zonder een Vlaams accent, waaruit ik concludeer dat hun moeder toch meer hun taal bepaald had dan hun vader.

Ze waren ook alle drie in Overboelare naar school geweest tot het zesde studiejaar, nadien hadden ze in Deux-Acren nog het zevende en het achtste studiejaar gedaan, waar ze heel wat huishoudelijke taken geleerd hadden. Na hun vijftiende waren ze thuisgebleven om mee op de boerderij te werken. Alle drie kozen ze een Vlaming als levenspartner.

Op Boureng waren er ook gezinnen waar beide levenspartners hun eigen taal bleven spreken, net zoals meestal twee levenspartners hun eigen dialecten blijven spreken. Norma bijvoorbeeld, was een Moerbeekse en haar man Louis was van Deux-Acren, zij sprak tegen hem Vlaams, hij Waals tegen haar. Zo deden ook Lucienne en Willy en Maria en Alidor, hun zonen en dochters zijn allen tweetalig. Op Boureng woonde ook een weduwe, ze was een Geraardsbergse en noemde in de volksmond Berthaken slechten halve Frank, de walen heetten haar la Petite Bertha. Van haar heb ik ooit een gebedje geleerd om op te zeggen, voor de heilige Antonius van Padua, wanneer ik iets kwijt was; mijn portemonnee of sleutels bijvoorbeeld. Want ook zij riep, zoals velen nu nog doen wanneer ze iets mis weggelegd hebben, de Heilige Sint-Antonius van Padua aan. Het gebed luidt als volgt: “ Saint Antoine de Padoue, si tendre, si doux. Smeerlap waar is mijne portemonnee (sleutel) naartoe?” Antonius van Padua wordt gevierd op 13 juni.

Boureng is een mooi landelijk gehucht, waar ik bij m’n grootouders een groot stuk van mijn jeugd heb versleten. ’s Avonds werd de straat heel rustig, en scheen vanuit het westen de zon in de straat. Omdat de buren elkaar ’s avonds al eens bezochten, bepaalden wandelende mensen meestal het straatbeeld. Een ander aangenaam moment was het uur waarop ‘het crèmekarretje’ of ‘la crème à la glace’ zoals mijn grootmoeder zei, voorbijkwam. Meestal rond 19 uur kwam een Bordeauxkleurige jeep met een beigekleurig dakzeil toeterend het gehucht opgereden. Suzanne heette de crèmeverkoopster. Een beeldmooie, nette vrouw met gitzwart golvend haar. Die een heel opvallende vrouwelijke bril droeg: het montuur had bijna dezelfde kleur als haar jeep, en ook haar lippen waren in dezelfde kleur gemaquilleerd. Ze was bijna altijd donkerkleurig gekleed en haar sneeuwwitte schort was geborduurd met kant. Suzanne had twee heldergele ijsbakken in haar jeep staan, in elke bak zat een inoxe kuip met ijscrème erin, de kuipen waren afgedekt met inoxe stolpdeksels. In de twee kuipen zat vanille-ijs. Je kon ijsjes bestellen op een galletje of op een hoorntje aan 2, 3 of 5 frank.

De trouwste klanten van Suzanne waren mijn grootmoeder en haar twee katten, Titine en Louis. Al van wanneer ze in de verte de toeter van Suzanne haar crèmekar hoorden, namen ze plaats op de voordrempel. Elk met hun achterste in een hoek van het deurgat onder een hoek van ongeveer zestig graden, en met hun snuitjes naar elkaar toe in de richting van de straat.

Toen mijn grootmoeder in 1956 weduwe werd, waren haar katten haar enige gezelschap. Zij las wel elke dag het dagblad dat de ‘facteur’ haar bracht, maar had geen radio of telefoon. Alleen tegen Louis en Titine kon ze overdag eens praten. Wanneer in de zomer de ijsverkoopster voorbij kwam, kocht ze een ijsje van 2 bollen en eentje van 1 bol. Deze bol werd op een galletje geschept maar werd niet toegedekt met een tweede galet. Het ijsje werd op de drempel gelegd en het kattenfeest kon beginnen. Grootmoeder nam dan plaats op een stoel en genoot op haar beurt van haar crème à la glace.

Wanneer de katten het ijsje hadden opgelikt werd het galletje in stukjes verdeeld. Daarna waren de katten nog een tijdje bezig met hun poten te likken en hun snuitjes te kuisen. Vervolgens namen ze binnen een plaats op de venstertank. Grootmoe nam dan ook plaats voor het raam en observeerde de ganse avond het dal van de Mark en de verre verlichte omgeving. Daarna trokken de katten naar de hooizolder. Elke zomeravond rond 9 uur draaide ze haar petroleumgroene voordeur op slot en nam daarna een uitgebreid voetbad. Rond 9u30 trok ze ter bedstee. Ze stierf, aan een hartinfarct op drieënzeventig jarige leeftijd, in september 1959. Haar huis en haar katten werden overgenomen door het gezin van haar jongste dochter. In de zomer van 1960 bleven Louis en Titine bij het horen van de crèmekar plaatsnemen op de voordeurdrempel.

Karel De Pelsemaeker  

PS: Heilige Antonius van Padua (werd op 15 augustus 1195 in Lissabon geboren en stierf in Padua, op 13 juni 1231). Antonius heette aanvankelijk Fernando. Hij was afkomstig uit de Portugese hoofdstad Lissabon en schijnt nog af te stammen van Godfried van Bouillon.

Een Franse spreuk zegt: ‘St Antonius van Padua, help me terug te vinden wat ik verloren ben. ‘En inderdaad we roepen de H. Antonius aan om verloren voorwerpen terug te vinden ; maar ook als we ons vertrouwen kwijt zijn geraakt of de genegenheid van een naaste, het geloof, de gezondheid enz. De Heilige Antonius wordt ook aangeroepen door werkelozen en voor werkloosheid en ook om te slagen voor examens.’

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here